Waarom ik in de ouderenzorg ben gaan werken

Gepubliceerd op 9 juli 2026 om 08:08

‘Ben jij niet overgekwalificeerd voor deze functie?’, vroeg de recruiter mij, nadat ik had gereageerd op een vacature voor de functie van welzijnsassistent in de ouderenzorg. Inmiddels werk ik - naast mijn werk als schrijver en tekstschrijver - al bijna een jaar in een woonzorgcentrum, op een afdeling voor mensen met dementie. En ik vind het gewéldig.

 

Niet sexy
Mijn geestdrift vindt niet overal weerklank, heb ik gemerkt. Velen vinden mijn tweede baan heel goed bij mij passen, maar sommigen reageren lauw op mijn nieuwe job. Ik vermoed dat dit komt door het imago ‘saai’ dat aan de ouderenzorg kleeft.

Ook bij mensen die van mening zijn dat je werk moet doen dat bij je opleidingsniveau past, ontmoet ik weinig enthousiasme. Ze vinden het maar niks dat ik een functie uitoefen waaraan geen opleidingseisen zijn verbonden. Maar: maakt het feit dat er geen diploma nodig is mijn functie tot werk ‘beneden mijn niveau’? Ik vind van niet. Het enige wat van mij wel een niveautje hoger had gemogen, is het salaris :-).

 

De essentie van het bestaan
Hoewel voor de functie van welzijnsassistent bij mijn werkgever geen diploma-eisen gelden, is het werk allesbehalve saai of gemakkelijk.
Iedere oudere met dementie heeft zijn of haar eigen persoonlijkheid en levensverhaal. Daarnaast is ieder stel hersenen uniek en is dementie niet één aandoening, maar een verzamelnaam voor tientallen soorten progressieve hersenaandoeningen. Het resultaat is dat geen mens met dementie gelijk is. Het enige dat mensen met dementie gemeenschappelijk hebben, is dat zij steeds meer vaardigheden verliezen en uiteindelijk overlijden aan de gevolgen van hun ziekte. Dat maakt dementie zeer ingrijpend, zowel voor de persoon zelf als voor diens naasten. Ieder mens gaat daar anders mee om. Juist in de laatste levensfase, de palliatieve fase, zijn daarom – naast aandacht voor de lichamelijke kant van de aandoening – aandacht voor de psychische en sociale aspecten en ruimte voor zingeving en levensvragen van groot belang. Werken met mensen die hiermee te maken hebben, is werken rondom de essentie van het bestaan.

 

“Mensen met dementie zijn veel meer dan hun ziekte en hebben veel meer nodig dan alleen zorg”

 

Van zorg naar leven
De kern van werken als welzijnsassistent is bijdragen aan ‘wel zijn’, aan goede dagen voor mensen die zijn getroffen door dementie. Een uitdagende puzzel. Ten eerste omdat het om achttien heel verschillende mensen gaat, die elkaar niet hebben uitgezocht maar nu wel samen wonen, en ten tweede omdat je werkt in de dynamiek van een team van mensen met verschillende functies en wisselende diensten. Na bijna een jaar kan ik met zekerheid stellen dat dit verre van saai is.

Wat dit werk voor mij nog boeiender maakt, is dat de ouderenzorg in ons land sterk in beweging is. Deze beweging, aangejaagd door een combinatie van praktische noodzaak (denk aan vergrijzing, personeelstekorten en de wens van ouderen om langer thuis te wonen) en veranderende focus, is door mijn werkgever, stichting Vereen, vertaald naar de ambitie ‘van zorg naar leven’.

Deze ambitie raakt bij mij niet alleen één snaar, maar een heel orkest van snaarinstrumenten.

Als ik de deur open naar 'mijn' afdeling, voelt het nu soms nog bijna alsof ik in een parallelle wereld binnenga. Een wereld waarin het draait om ziekte en zorg. Deze focus op ziekte en zorg heeft vergaande consequenties voor de bejegening van de mensen die er wonen. Zij zijn immers veel meer dan hun ziekte en hebben veel meer nodig dan alleen zorg. Ik voel daarom een diepe motivatie om bij te dragen aan de beweging ‘van zorg naar leven’. Een beweging waarbij we niet naar mensen kijken vanuit de bril van ziekte, maar vanuit een menselijke benadering. Daarvoor is niet zozeer een bepaald opleidingsniveau nodig, maar zijn vooral kwaliteiten belangrijk zoals empathie, het talent om mensen echt te zien, oprechte belangstelling en oordeelloos luisteren.

 

Woorden en daden
Door de opkomst en snelle groei van AI is het beroep van tekstschrijver sterk aan het veranderen en sterft het wellicht zelfs helemaal uit. Dit zag en zie ik niet als een bedreiging, maar als een uitnodiging om op zoek te gaan naar andere manieren om bij te dragen aan onze steeds veranderende wereld. Voortaan niet meer alleen met woorden (ik ben en blijf schrijver), maar ook met daden.

De mensen op ‘mijn’ afdeling heb ik stuk voor stuk in mijn hart gesloten. Met hoofd, hart en handen wil ik me samen met anderen inzetten voor een menselijke benadering van mensen met dementie, zoveel mogelijk kwaliteit van leven en een goed en waardig afscheid. Een rol en taak waarvoor je niet kunt zijn overgekwalificeerd.